ONDERWEG MET CHRISTUS NAAR DE TOEKOMST

Tweede Pinksterdag KSCC,                                                                   Nijmegen 6 juni 2022

Vandaag gaan we in onze gedachtenis terug naar de stad Jerusalem, waar de apostelen met Maria en andere leerlingen van Jezus op het Pinksterfeest bijeen waren in hetzelfde huis en waar ze vervuld werden van de Heilige Geest, die als een hevige wind hen in beweging bracht en met tongen van vuur hun harten vlam deed vatten.

Een heel passende dag om als geloofsgemeenschap van ‘mensen van de Weg,’ (de eerste naam van de Christenen, Hand. 9,2) bijeen te komen, varende schippers, rondtrekkende circus- en kermisexploitanten, om het gouden jubileum te vieren van 50 jaar sociaal en pastoraal werk, onder de bezielende leiding van pater Bernard van Welzenes, die heel zijn actieve priesterleven van een halve eeuw deze geloofsgemeenschap als pastor is voorgegaan.

We doen dat hier in het Schipperscentrum aan de Waalhaven in Nijmegen, in deze gastvrije plaats, waar sinds 45 jaar de gezinnen van de schippers bijeenkomen om elkaar en Christus te ontmoeten in geloof, hoop en liefde. Precies zoals de leerlingen van Jezus gewoon waren in de eerste drie eeuwen van het christendom. Dat is conform de oorspronkelijke betekenis van het woord “ecclesia”: de samenkomst van gelovigen die door God worden ‘bijeengeroepen’. Dit begrip werd van toepassing geacht voor elke christelijk huisgezin. Samen vormden ze een netwerk van gemeenschappen die in een van de woningen geregeld bijeenkwam om hun geloof in Christus te belijden en te vieren en ervan met woord en daad getuigenis af te leggen naar de buitenwereld. Zo vormden de leerlingen van Jezus steeds grotere netwerken van ‘huiskerken’ in steden en dorpen van het Romeinse rijk.

St. Jan van het Lateraan. Door Livioandronico2013 – Eigen werk,

Pas in het begin van de vierde eeuw werd door Keizer Constantijn in Rome het eerste kerkgebouw gesticht, de Sint Jan van het Lateraan, nu nog steeds de kathedraal van de Bisschop van Rome. Dit gebouw werd ‘basiliek’ genoemd, huis van de Koning (Christus!), en later ook ‘kerk’, huis van de Heer, (“kuriakos”, van het woord voor Heer: Kyrios (eleison). Geleidelijk werd deze term van ‘kerk’ in vele talen steeds meer gebruikt om de Kerk van Christus aan te duiden, met accent niet meer op de geloofsgemeenschap die samengeroepen wordt door de Heer, maar op het gebouw van samenkomst, de apart staande ‘woning’ van de Heer, van wie de sacramentele aanwezigheid nog meer wordt opgesloten in de schrijn van het ‘tabernakel’ (dat ‘tent’ betekent, mobiele woning, en een verwijzing is naar de ‘verbondstent’ van God in de woestijn met het joodse volk onderweg naar het beloofde land).

Dientengevolge kunnen we ons er vaak op betrappen, dat we uitdrukkingen gebruiken als: “we gaan (zondags) naar de Kerk” (of negatief: ik ga niet meer naar de Kerk). Het gevaar is dan dat de afstand groeit tussen ons eigen gezin, onze dagelijkse leefsituatie en de Kerk. We dreigen zo de eigenlijke zin van het begrip kerk als ‘ecclesia’ uit het oog te verliezen: God roept ons om Kerk te zijn, geloofsgemeenschap, op de plaats waar we leven en samenleven, vooral in onze gezinnen, die door de Heer geroepen zijn om ‘huiskerken’ te zijn, en gezonden om als gemeenschap van huiskerken van ons geloof te getuigen,, door onze geloofwaardige levenswandel en door onze daadwerkelijke dienst aan de samenleving.

We mogen Christus niet opsluiten in het Kerkgebouw. Hij is met ons in het leven van elke dag, ook buiten het kerkgebouw, in ons dagelijks leven, in ons leef- en werkmilieu, op onze vaar- en trektochten. Hij is de vervulling van Gods belofte door de profeten overgebracht; Hij is de ‘Emanuel’, de God-met-ons (Mt. 1,23), “Waar twee of drie in mijn Naam – geldt dat niet bijzonder voor het huwelijk?! – aanwezig zijn, daar ben Ik in hun midden” (Mt. 18,20). En zijn laatste woorden tot de leerlingen vóór zijn hemelvaart luiden: “Besef wel, Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan het einde der wereld” (Mt. 28, 20).

Jezus is zelf de “Weg, de Waarheid en het Leven” (Joh. 14, 6). Hij gaat ons voor, Hij baant ons de weg, Hij spreekt tot ons en verklaart ons onderweg Zijn evangelie. Zoals hij deed aan de twee leerlingen (Kleophas en diens echtgenote?) op de weg naar Emmaus, de avond van het Paasfeest. Hij neemt het initiatief tot de ontmoeting, begint de dialoog met hen onderweg, hij blijft die avond bij hen en breekt in hun woning het brood. Als Hij dan verdwijnt erkennen de beide leerlingen met brandend hart dat ze terug moeten naar Jerusalem, om daar te getuigen in de eerste geloofsgemeenschap van de apostelen van hun ontmoeting met de Verrezen Heer en om daar 50 dagen later de gaven van de Heilige Geest te ontvangen.

bisschop em. Ad van Luyn sdb

De huiskerken, en zo ook de wereldkerk, worden opgebouwd op Hem, de Verrezen Heer. Petrus die we in de evangelielezing nog kleingelovig zagen terugschrikken vanwege de harde tegenwind, noemt Jezus in zijn eerste brief “de levende steen” en nodigt ons uit: “Treedt toe tot Hem, de levende steen . . laat u als levende stenen opbouwen tot een geestelijke tempel, tot een heilig priesterschap dat geestelijke offers opdraagt die welgevallig zijn aan God door Jezus Christus” (1 Petrus 2, 4-5). Dat schrijft de eerste Paus aan alle leerlingen van Christus, aan ieder van ons, niet alleen aan de priesters en kloosterlingen. We dienen allen onze steen bij te dragen om de ware “ecclesia”’, de Kerk van Christus op te bouwen in de wereld van vandaag.

Dat we ons daarvoor de voorbije jaren hebben mogen inspannen, stemt ons vandaag tot grote dankbaarheid, maar roept ons ook op tot een enthousiaste inzet in de jaren die voor ons liggen, om de Heer te ontmoeten op onze levensweg, om Hem ons vertrouwen te schenken en Hem zonder vrees te volgen, om vanuit ieders huis en samen als huiskerken van Hem te getuigen door zelf ons geloof ‘geloofwaardig voor te leven’ en dit aan de nieuwe generatie ‘verstaanbaar door te geven’…

+ Adr. H. van Luyn sdb

Bisschop emeritus Rotterdam